Negatief Christendom

Posted on

22219Het volgende artikel is niet door mij geschreven en heb er ook geen rechten van. Mocht het een probleem zijn, dan hoor ik het graag.

—–

“En wat is dat dan, christelijke cabaret?” De journalist, een vrije Nederlander, kijkt me verwachtingsvol aan. Ik staat naar mijn bijna lege glas bier.

Ik erger me aan deze vraag. Ik ben christen en maak cabaret. Ik maak geen christelijke cabaret. Een christelijke bakker bakt toch ook niet altijd alleen maar avondmaalsbrood? Hij probeert opnieuw: “Omschrijf dan eens wat voor soort cabaret je maakt als christen?”

Op het internet vond ik ooit de volgende definitie van christelijke cabaret: “Cabaret waarin niet gevloekt wordt en geen onnodige grofheid zit.” Uiteraard is er ruimte voor discussie of de grofheid nodig is, maar wat opvalt, is de negatieve definitie. Er staat alleen maar wat christelijke cabaret níet is.
Dat is typerend voor christenen. Negatief definiëren. Denk aan onze gesprekken over seks, orgaandonatie en andere ethische zaken. Ik speelde onlangs voor de jongerenbeweging van de Nederlandse Patiënten Vereniging, een christelijke club die zich bezint op leven en gezondheid. Mooie thematiek. Ze hadden een event over de toekomst van de zorg. Met ruimte voor discussie. Het viel me op dat bijna alle stellingen negatief geformuleerd waren. Er werd bijvoorbeeld vooral gesproken over de seks die we níet hebben (die voor het huwelijk), terwijl het toch veel relevanter is om het te hebben over de seks die we wél hebben en hoe dát dan moet.

DSC_0843__732x800_

Bij orgaandonatie idem dito. Wat mag je níet doneren als je dood bent. Lekker relevant! Voor mij is van belang wat ik doe met mijn organen vóór mijn dood. Daarom ben ik een voorstander van doneren bij leven van organen die je toch niet gebruikt. Denk je niet na, afstaan die hersens. Ben je harteloos, doneren dat hart.
Christenen definiëren zich graag en soms uitsluitend in negatieve termen. Ook ik val stil door de vraag van de journalist. Ik stamel iets over mijn inspiratie, mijn kijk op het leven en mijn geloof in humor. Dan ineens: “Weet je, ik geloof in een God die onvoorwaardelijk van ons houd. Ik geloof dat ik een beetje wil zijn zoals Jezus: liefdevol, barmhartig, geduldig. Niet cynisch, maar relativerend: want het hangt uiteindelijk niet van mij af. Radicale relativering: dat maakt ruimte voor humor.” Da’s best positief, vindt de journalist.

Tim van Wijngaarden (34) is sinds 2007 bekend als ‘(liedjes)cabaretier’ Tim zingt. Hij is getrouwd, heeft twee kinderen en woont in Culemborg.